Mijn website


Home Verhalen Foto's Filmpjes Wereldreis Tips Paklijst Links



Nieuw Zeeland


6 juli 2004, van Christchurch naar Wellington totaalstand = 12.123 km.


Een beetje gespannen lopen we naar het hotel waar mijn ouders aankomen. We zien ze nog net uit een taxi stappen. Jammer. Het was de bedoeling om ze in de foyer te verrassen, met de kans op een vervroegde erfenis. Misschien is het maar beter zo. Na 5 minuten is het alsof we nooit zijn weg geweest, is alles alweer gewoon.
Na een dag door Christchurch lopen, mooie botanische tuinen, gaan we de camper ophalen om richting Mount Cook te vertrekken. Het links rijden gaat goed. We rijden bijna de zijkant van een geparkeerde auto eruit en een verkeersbord hangt iets te veel over de weg, verder is er niets aan de hand. Bij Mount Cook merken we pas dat het winter is en dat de camper geen geweldige isolatie heeft. Als we 's ochtends wakker worden is het binnen 0 graden en de condensdruppels hangen aan het plafond.
We maken een mooie wandeling door de Hooker Valley. Er is een paar dagen geleden flink sneeuw gevallen en het pad is dan ook wat glibberig. Maar het is absoluut de moeite waard. Een paar uur door de sneeuw baggeren langs meertjes en op het eind de Hooker Glacier met daarboven Mount Cook. De volgende dagen rijden we via Dunedin en Invercargill naar Te Anau. Onderweg stoppen we o.a.bij een Yellow Eyed Pinguin kolonie, een zeehonden kolonie (Nugget Point!), en een versteend bos. Allemaal heel bijzonder en dicht bij elkaar.

Vanuit Te Anau maken we een tourtje met Trips 'n Tramps (http://www.milfordtourswalks.co.nz/index.html) naar de Milford Sound. Mede door Chris, de gids/chauffeur, is dit een onvergetelijke dag geworden. Hij laat ons mooie, rustige plekjes zien en ondertussen vertelt hij sterke verhalen over hoe hard het hier kan regenen en over de lawines in de winter. Hij vindt het allemaal even mooi. De volgende dag tuffen we naar Queenstown, adrenaline hoofdstad van Nieuw Zeeland. Hier maken we weer kans op een vervroegde erfenis, we doen een tochtje in een Jetboat (http://www.shotoverjet.com/). Dat houdt in; vol gas door een smalle canyon en dan zo dicht mogelijk langs de wanden. En of dat nog niet genoeg is maakt de piloot af en toe spontaan een 360 graden draai. Goed voor de spijsvertering en de stembanden.
Een dag later weten we waarom regenwouden zo heten. We zijn ondertussen bij de west kust aangekomen en daar houden we het niet lang droog. Vlak voor Haast maken we een paar stopjes om watervallen te bekijken of een stuk door het regenwoud te lopen. Marijcke is niet meer te stoppen met het maken van foto's. Het bos is hier zo overdadig groen en dicht begroeid. Alles zit onder het mos en de varens. Als er een beetje licht op valt lijkt het wel fluoriserend. Helaas voor Marijcke moeten we verder. Er wachten nog twee gletsjers en een stapel pannekoekenrotsen. De eerste gletsjer, Fox Glacier, zien we niet vanwege de regen en de laag hangende bewolking. Bij de Franz Josef Glacier krijgen we een herkansing. Als we uit de camper stappen komt er nog net een stortbui uit de lucht vallen maar dan blijft het 2 uur droog. Genoeg om naar de gletsjer toe te lopen. Er komt zelfs een flauw zonnetje door de wolken zodat de bewolking om de gletsjer omhoog trekt. Heel langzaam zien we Franz Josef tevoorschijn komen. Erg indrukwekkend om weer bij zo'n klomp ijs te staan.

De laatste stop bij de westkust is Punakaiki waar de Pancake Rocks en een paar Blowholes zijn. We wachten op hoog water want dan doen de Blowholes het beter. Als er een golf in komt spuit het water meters omhoog. Grappig gezicht en het blijft afwachten of hij gaat spuiten of niet. Iedereen met de camera in de aanslag en gokken om op het juiste moment af te drukken.
Op 21 juni, de kortse dag van het jaar, maken de Tranz Alpine treinreis (http://www.tranzscenic.co.nz/services/alpine.aspx) naar Christchurch. Het is helaas niet erg mooi weer, veel laag hangende bewolking en regen, maar nog steeds de moeite waard. Zeker op de Arthur's Pass waar het zachtjes aan het sneeuwen is.
OK 2200 kilometer in de camper en 240 kilometer in de trein later zijn we terug in Christchurch. Het samen zijn met mijn ouders zit er weer op. Wij klimmen op de fiets en zij rijden nog een paar weken rond met de camper. Het was erg leuk om ruim 2 weken samen op te trekken.
We gaan fietsen. Nadat we een nieuwe regenbroek gekocht hebben stappen we op. Zoals zo vaak is het begin voor ons wat moeilijk. Het is niet te geloven maar we komen de stad niet uit. We doen er een uur over, met hulp van wat bewoners. Doe ons maar een weg door de bergen, dan kunnen we niet verdwalen. Steden zijn niet voor ons bedoeld. Zelfs met 2 kaarten gaat het fout. In Christchurch hebben we nog wat onderdelen van de fiets vervangen. Nieuwe banden, kettingen en tandwielen. Vooral de tandwielen waren redelijk versleten. Het fietsen zelf gaat ook wat moeizaam. De 2 weken stilzitten heeft ons geen goed gedaan. Zere kont en ik heb wat moeite met een lekkere versnelling te vinden. Daar komt nog bij dat de weg smal is zodat we niet ontspannen kunnen rijden. Na 50 km zijn we gewoon moe. We snappen er niets van. Ik draai eens aan de wielen om te kijken of die soepel draaien. Bij het achterwiel blijkt dat niet het geval. Vreemd, want gister liep hij nog wel mooi. We besluiten in Amberley een camping op te zoeken om nog wat aan de fiets te knutselen. We zetten de tent op en halen het gereedschap te voorschijn. We stellen de achteras wat beter af, halen een klein slingertje uit het achterwiel en rommelen nog wat aan de achterrem. Dan ziet alles er weer goed uit. Kunnen we eindelijk aan het eten beginnen. De meeste campings in Nieuw Zeeland hebben een keuken waar je gebruik van kunt maken. Dat is makkelijker dan het brandertje omdat je meerdere pannen tegelijk kunt gebruiken. In de keuken zitten ook nog een vader en een zoon uit AustraliŽ. Het blijken twee vrijbuiters te zijn. In de VS zou je het RedNecks noemen, ik weet niet hoe ze in AustraliŽ heten. Onder het genot van Jim Bean en Jack DaniŽls vertellen ze over hun buitenleven, oa het stelen van schapen en het zoeken naar Greenstone op Maori grondgebied. Als de vader weer eens klaar is met een verhaal zegt hij steeds: "Yeah, that was good fun". Wij vinden er niet veel aan maar gaan niet in discussie met deze mensen.

De volgende 2 dagen zijn pechdagen. We fietsen door de heuvels, mooi groen en glooiend en vol met schapen. Op een gegeven moment horen we iets aanlopen bij het achterwiel. Dat duurt niet lang of we horen een harde knal.
"Nee he, niet een klapband!".
Maar helaas, het is weer zover. Nu op een vlakke weg en het achterwiel. We remmen rustig en zetten de fiets aan de kant. De buitenband is nog heel, alleen de binnenband is aan flarden. Nieuwe binnenband erom, goed gekeken of de buitenband juist zit, en daar gaan we weer. De volgende dag....Precies het zelfde verhaal. Weer een klapband alleen nu net op het moment dat er een grote vrachtauto ons inhaalt. Dat is even schrikken, daar kan geen BungyJump tegenop. We raken aardig door onze binnenbanden op deze manier.
In Kaikoura nemen we een dagje rust om door het kleine dorpje te lopen en aan het strand te zitten met mooi uitzicht op de Kaikoura Range. Op de camping ontmoeten we een andere fietser, een IndiŽr. Hij is een beetje vreemd, houdt erg van praten, rolt met zijn ogen en soms komt er een druppeltje kwijl uit zijn mond. Zijn wereldbeelden zijn een beetje tegenstrijdig. Hij vind de oorlog in Irak erg slecht, vooral voor de kleine kinderen. Maar wat IsraŽl met de Palestijnen doet is geweldig. Dat zou India ook bij Pakistan moeten doen. Hij begint nu aardig op dreef te raken, wat wij terug zeggen maakt niet uit. Hij luistert toch niet. Tijd om naar bed te gaan.
Een zeehonden kolonie bij Ohau Lookout Point staat er op het menu. Harige bolletjes liggen op de rotsen te genieten van de zon. Tijd voor wat foto's. De rest van de route fietsen we vlak langs de kust. Af en toe een klein heuveltje, maar overwegend vlak. In Kaikoura hadden we een foldertje gezien van de Pedallers Rest Stop, een hostal speciaal voor fietsers. Het ligt 77 km ten noorden van Kaikoura. Daar gaan we slapen! Bij een witte watertank met een gele fiets erop slaan we links af een gravelweg op. Na een kilometer komen we bij een boerderij. Een mevrouw komt al op ons af, ze blijkt de eigenaar. Samen met haar lopen we naar het einde van een stuk weiland. Hier staat een stenen gebouwtje waar we gaan slapen. Het is erg knus. 2 Kamers, een met 2 bedden en een met 4 bedden, en een keuken met een houtkachel. Er is voor de rest niemand. Later zou ook de IndiŽr aankomen om ons de oren van de kop te kletsen. Ook met nuttige informatie over Noord India, waar we ook nog willen fietsen. Hij is af en toe ook wel aardig, een beetje schizofreen mischien. Af en toe twijfel ik zelfs af het wel uit India komt, en niet een Engelsman die denkt dat hij IndiŽr is. s' Avonds blader ik een beetje door het gastenboek en wat blijkt.....Een paar maanden geleden heeft Josie Dew hier geslapen. Erg grappig. Ze vertelt dat er zoveel wind staat dat ze bang is dat haar tent opstijgt. We zijn een keer naar een lezing van haar geweest en daar had ze ook al van die leuke verhalen.

De Weld pas van 196 m. hoogte scheidt ons nog van Blenheim. Een paar keer terugschakelen, wat zweetdruppeltjes en we hebben het weer gehad. Te lullig om een foto van te nemen. Daar krijg ik later spijt van. We hebben zoveel passen gedaan waar geen bordje boven staat, en bij deze pas heeft men wel de moeite genomen om een bordje te plaatsen. We houden van bordjes, vooral boven op passen.
In Blenheim blijven we slapen. Nu helemaal handig omdat de boot naar het noorder eiland vanuit Picton vertrekt. Dat is nog 30 km verder. De gunstigste boot vertrekt om 10.00 uur en je wordt verwacht 30 minuten van te voren aanwezig te zijn. Dat betekent voor ons 6.15 uur opstaan, ontbijten, opladen en om 7.15 uur op de fiets. Het is erg koud en nog donker. De temperatuur blijkt 2 graden te zijn. Nog wel boven nul maar toch wel fris op de vroege ochtend. We trappen aardig door en zijn ruim op tijd in Picton. Kaartje kopen en wachten tot de fiets op de boot mag. We rijden hem in het laadruim samen met treinstellen en nieuwe auto's. Na een mistige en miezerige overtocht van 3 uur zijn we in Wellington. Even zoeken naar een hostal. We moeten hier een paar dagen wachten op ons IndonesiŽ visa zodat we wel iets leuk plekje willen. Dat vinden we in de World Wide Backpackers.
Ons IndonesiŽ-visum-aanvraag-avontuur is een compleet apart verhaal. Korte samenvatting: we willen een visum van 60 dagen. Volgens de ambassade in Nederland is dat alleen mogelijk met een uitnodiging van familie in IndonesiŽ. OK via onze schoonzus kunnen we die regelen. Als we in Chili bij de ambassade komen vertelt de mevrouw van de receptie dat we helemaal geen visum nodig hebben. Oh? We kunnen haar alleen met een uitdraai van internet overtuigen dat het wel zo is. Alleen nu hebben we ook een retourticket naar IndonesiŽ nodig. En die hebben we nog niet. We zijn nu in Wellington naar de ambassade gegaan. We hebben een ticket en een uitnodiging. Wat blijkt nu, we kunnen ook zonder uitnodiging een visum voor 60 dagen krijgen! Al die moeite voor niets. 3 Verschillende ambassades en 3 verschillende verhalen. Beetje vreemd is het wel. Maar we mogen nu 60 dagen blijven zodat we na het familiebezoek (deze keer familie van Marijcke, ze wordt al een beetje nerveus) nog aardig wat tijd over hebben om te fietsen.
Nog wat info over de wegencondities in Nieuw Zeeland: http://www.aa.co.nz/travel/Section?Action=View&Section_id=202

30 juli 2004, van Wellington naar Auckland totaalstand = 12.914 km.


Koud? Als de temperatuur onder de 10 graden zakt en er staat een stevige wind dan krijgen wij het toch wel koud. Met Nieuw Zeelanders is dat anders. Die blijven gewoon in hun korte broek en shirtje lopen terwijl wij aan handschoenen en mutsen denken. Er lopen zelfs bikkels op blote voeten rond, en het zijn er teveel om te denken dat er een steekje bij ze los zit.
Maar ok, we hebben genoeg tijd gehad om Wellington te bekijken en gaan maar eens fietsen. Via Highway 2 verlaten we de stad. Er is gelukkig een grote vluchtstrook zodat er wat ruimte tussen ons en het drukke verkeer zit. De fiets maakt wat kraak geluiden als we kracht zetten, alsof de ketting verroest is. Ons rijwiel heeft ook een paar dagen buiten gestaan. Vanavond geef ik hem een paar druppeltjes olie beloof ik. Bij Upper Hutt slaan we linksaf richting de bergen. Door dichte bossen klimmen we naar een pasje van iets meer dan 400 m. Het lijkt wel een regenwoud zo dicht is het begroeit. We wanen ons al een beetje in IndonesiŽ. Gestaag slingeren we ons omhoog. Boven aangekomen hebben we een schitterend uitzicht over de vallei voor ons met de zee op de achtergrond. We slapen een nachtje in Waikanae op een Christelijke camping.
Highway 1 brengt ons richting Palmerston North. Ondanks de olie kraakt de fiets nog steeds, het lijkt wel uit de trapas te komen. Daar moeten we in PN maar naar laten kijken. We moeten daar eerst nog levend zien aan te komen. Na 35 km op de Highway 1 slaan we af naar een binnenweg richting Palmerston. In Shannon eten we een broodje op een bankje bij een skateboard baan. Onze fiets trekt altijd veel aandacht en na een tijdje komt er wat plaatselijke jeugd naar ons toe. Ze hebben iets te vaak naar gansterfilms gekeken en ze proberen ook zo stoer te praten. we begrijpen niet zo goed waar ze het over hebben.
"Where are you going to on that bike?", vraagt een jongen van een jaar of 15.
"Today we go to Palmerston North", zeg ik.
"Wow, men. They are going to Palmie", zegt de jongen tegen zijn vrienden.
"You must be mad", zegt hij nog voordat ze weg lopen.

Tot zover ik weet zijn we niet gek, maar na een paar kilometer op de weg weten we wat hij bedoelde. De vluchtstrook houdt op maar het verkeer blijft met de zelfde rotgang door rijden inclusief de vrachtauto's. Om die met 100 km/u op 30 cm afstand langs te voelen razen geeft een ietwat raar gevoel in je maag, zeker met onze recente klapbanden in ons achterhoofd. Met pijn in mijn hoofd van het geconcentreerde fietsen komen we in Palmie aan. We dumpen onze spullen bij een camping waar we in een cabin slapen en gaan op zoek naar een fietsenwinkel. Als we er een hebben gevonden, een grote waar ze zelfs tandems verkopen, blijkt dat de werkplaats al dicht is en dat die maandag pas weer open gaat (het is nu vrijdag). Daar hebben we geen zin in om op te wachten en we rijden wel door met het gekraak. We hebben al genoeg dagen niets gedaan, we willen wel eens fietsen. Het is mooi weer en we gaan richting de Dessert Road, en bij slecht weer wil die nog wel eens dicht sneeuwen.
De volgende dag rijden we in Feilding langs een kleine fietsenwinkel, een persoonlijke waar de eigenaar ook de reparaties doet. We stoppen en vragen of hij naar de trapas wil kijken. Dat wil hij wel, we kunnen over een uurtje terug komen. We drinken een koffie en lopen wat door het zeer rustige plaatsje. Als we terug komen maken we een proefritje. Helaas zit het gekraak er nog steeds. De fietsenmaker gaat achterop en samen maken we nog een rondje. Hij besluit om ook de voorste trapas eruit te halen en in te vetten. Maar ook dat helpt niet. Hij kijkt en voelt eens aan alle onderdelen en dan blijkt er wat speling in het achterwiel te zitten. Terwijl wij een kopje thee in het kantoortje krijgen haald hij het wiel uit elkaar. Dan komt hij een beetje somber kijkend naar ons toe.
"Nu hebben jullie echt een probleem", zegt hij.
Oei, dat klinkt niet goed.
"De hub is gebroken, en die heb ik natuurlijk niet op voorraad".
Ik krijg het spontaan erg warm. Maar hij is niet voor een gat te vangen en gaat op internet kijken bij zijn leverancier. We hebben ook nog eens een speciale hub, 48 spaaks en links een stuk schroefdraad voor de trommelrem. Maar we hebben geluk, de leverancier heeft er een op voorraad, maar die kan pas maandag worden opgestuurd, dan dinsdag worden geplaatst zodat wij woensdag weer kunnen fietsen. Maar een keuze hebben we niet, we zitten 3 dagen vast in Feilding, nou niet de meest bruisende stad van Nieuw Zeeland. Ze hebben wel een hostal waar we de komende dagen doorbrengen. Als we daar aan komen is het alsof we een aflevering van Twin Peaks binnen lopen. Het hostal is een oud bejaarden tehuis uit de jaren 60 waar al het meubilair nog staat. De man van de receptie is een, tandloze, volgetatooeerde Hell's Angel die in de gevangenis tot God is bekeerd en nu zijn dagen slijt met het typen van boekjes over zijn leven. Er is nog een andere gast en dat is een crimele jockey die 4 jaar Community Service moet doen. Wij gaan ons hier wel vermaken.

De 3 dagen vliegen voorbij; opstaan, ontbijten, wandelingetje maken, lunchen, nog een wandelingetje of wat lezen, boodschappen doen (er zijn 4 mega supermarkten in Feilding, we proberen iedere dag een ander), avondeten klaar maken en nog meer lezen of wat TV kijken. Alle dagen is het prachtig weer, maar volgens de weersverwachting komt daar verandering in en wel vanaf woensdag!
We halen de fiets op, de hub is compleet met as en freewheel vervangen, bedanken de fietsenmaker voor alle moeite en service en fietsen in 2 dagen naar Waiouru waar de Dessert Road begint, met 1074 m. de hoogst doorgaande weg van Nieuw Zeeland. We hebben jammer goeg niet een geweldig mooi uitzicht op de vulkanen, de meeste tijd zitten er onheilspellende wolken omheen. Alleen als we bijna de bergen voorbij zijn en aan de afdaling beginnen klaart het een beetje op zodat we nog wat moois te zien krijgen. De laatste 10 km begint het te regenen om pas 36 uur later te stoppen. We kiezen ervoor om niet door de regen te fietsen. Gedeeltelijk omdat het onveilig is op de smalle wegen en je ziet niets van de omgeving.

Langs Lake Taupo fietsen we naar Rotorua, bekent om alle geisers en warm water bronnen. Daar zien we ook op TV dat een gedeelte van de Bay of Plenty, de omgeving van Whakatane, onder water staat. Verschillende dorpen zijn afgesloten door het water of door landslides en zo'n 1500 mensen zijn geevacueerd. Als wij niet die 3 dagen in Feilding hadden gezeten waren we ook door dat gebied gefietst, maar nu moesten we de route inkorten. Heeft de kapotte hub toch nog nut gehad.
In Rotorua laten we de fiets nog een keer nakijken; versnellingen afstellen, remmen afstellen en er zit een beetje spelling in het stuur wat verholpen wordt. In Waihi gaan we nog een keer naar de fietsenmaker omdat het stuur iets te strak zit zodat de fiets erg graag rechtdoor wil. Wat we ook merken is dat tijdens afdalingen als we de trommelrem gebruiken het freewheel steeds harder gaat ratelen. Dat baart ons wat zorgen. In Rotorua hebben we een strak schema voor de laatste dagen gemaakt zodat we geen rustdagen meer hebben en niet naar Auckland fietsen maar dicht bij het vliegveld overnachten. Daardoor hebben we een paar dagen om over het Coromandel Schiereiland te fietsen. Schitterend gebied, heuvelachtig, soms steil maar nooit lange klimmen. Prachtige uitzichten over baaien met eilandjes.

Vlak voor Kuaotunu begeeft het freewheel het. Slechts 400 km heeft hij het volgehouden. Jammer maar helaas, we hebben een doortrapper van de fiets gemaakt wat levensgevaarlijk is. Als we de trappers stilhouden draait het freewheel door maar de ketting en achterderailleur weet daar geen raad mee met de kans dat de derailleur door het achterwiel klapt, en dan zijn we nog verder van huis dan we nu al zijn. Altijd leuk om de complete achteras uit elkaar te halen en zeker aan de kant van de weg. Alle spullen van de fiets, fiets omdraaien, kransjes eraf, as eruit draaien, freewheel los halen, nieuwe erop en dan alles terug plaatsen. Anderhalf uur later zitten we weer op de fiets. Het vertrouwen in de fiets is richting nul gezakt, en we hebben bijna geen tijd meer,daardoor proberen we de volgende dag een lift te krijgen richting Auckland. Maar het is niet zo druk en de auto's die voorbij komen zijn personen auto's, en daar past geen tandem in. Na een tijdje komt er een bus die stopt. Met veel moeite proppen we de fiets in het bagage ruim en stappen we in. De chauffeur is bezig zijn ronderecord van het eiland te verbeteren. Wat een idioot. Overal vol gas en onoverzichtelijke bochten afsnijden. Pech voor hem is dat ook de bus stuk gaat zodat we met onze fiets naast een kapotte bus staan. Hij beld een andere bus die ons na een tijdje op komt halen. Zo komen we toch nog in Manukau, dicht bij het vliegveld. We hebben nog een dag over om wat bij te komen van ons Nieuw Zeeland avontuur voordat we naar IndonesiŽ vliegen. Daar wacht een compleet andere wereld. Maar ook een bekende, de moeder/broer/schoonzus/neefje van Marijcke komt ons opzoeken. Dat worden weer tranen.

Filmpje over Nieuw Zeeland