Mijn website

Home Verhalen Foto's Filmpjes Wereldreis Tips Paklijst Links Contact



Tibet-Nepal-India


18 mei 2005, van Lhasa (Tibet) naar Kathmandu (Nepal) totaalstand = 22.444 km.


En God creeerde chaos. We fietsen door het grauwe en kleurloze Chengdu (China) richting het Panda concervatie centrum ( www.panda.org.cn ). Op het eerste gezicht lijken de fietspaden erg breed, zo'n 4 meter maar na 5 minuten rijden begrijpen we waarom ze zo breed zijn; de Chinezen kunnen niet fietsen. Ze hebben het hele fietspad nodig om vooruit te komen. Inhalen wordt een gevaarlijke onderneming. Gaan we er rechts langs of links. Even kijken hoe regelmatig het geslinger is en dan hopelijk de goede kant kiezen. Bij kruispunten staan mensen om bij rood licht de fietsers tegen te houden. Als je ook maar een cm voorbij de witte lijn komt met je voorband dan word je stevig toegesproken. Erg veilig is het niet want zodra het licht op groen gaat komen er van alle kanten auto's op je af, die worden niet tegengehouden.

In het pandacentrum aangekomen lopen we een rondje om de voornamelijk slapende panda's te bekijken. Het is de bedoeling om een fokprogramma op te zetten en de beesten later in het wild uit te zetten.

Onze zenuwen staan gespannen als een gitaarsnaar. We gaan naar Lhasa vliegen. We verwachten veel problemen, voornamelijk omdat we een fiets bij ons hebben, maar alles gaat soepel. Geen overgewicht, geen lastige vragen, geen visaproblemen. Zo makkelijk hebben we nog nooit gevlogen.

We blijven een paar dagen in Lhasa om aan de hoogte te wennen en veel rond te lopen. In de loop van de dagen worden we overvallen door een droevig gevoel. Er is weinig magisch aan Lhasa, het is gewoon een grote, drukke stad waar je goed moet zoeken naar mooie plekjes. Terwijl de Tibetanen rondjes lopen met hun gebedsmolen wordt het land door de Chinese gehaktmolen gehaald. Afzichtelijke gebouwen met zo groot mogelijke reclame borden rijzen overal op. Een knappe foto maken van de Potala wordt bijna onmogelijk. De oude Tibetaanse huizen binnen de Potala muren gaan tegen de vlakte. Het paleis zelf staat al bijna 50 jaar leeg. Het is dan ook een vreemd gevoel om daar doorheen te lopen, het voelt bijna als binnendringen.

Het wordt tijd om te gaan fietsen. We hebben wat moeilijkheden om Lhasa uit te komen, de uitgaande weg ligt helemaal open en is een grote modderpoel. Later horen we dat hier een van de grootste wegen van China wordt gebouwd voor als de Chinese leiders naar Lhasa komen. De kwaliteit van de weg is een goed voorproefje voor wat komen gaat. Vier dagen lang rijden we langs wegwerkzaamheden. We zien alle stadia waarin een weg kan verkeren. Van gloednieuw asfalt tot het uitdrillen van het oude asfalt. We zien weinig van de omgeving en des te meer van alle grote machines die er rondrijden. Wat wel erg vriendelijk is dat er vaak ruimte voor ons wordt gemaakt zodat we makkelijk langs alle werkzaamheden kunnen. Wat heel erg tegenvalt en ons waarschijnlijk nu al een halve nekslag geeft zijn de omleidingen. De bruggen en duikers zijn nog niet af zodat we daar omheen moeten rijden. Nu had dat geen probleem geweest ware het niet dat de omleiding door mul zand gaat waar we niet doorheen kunnen rijden. En je fiets, speciaal een tandem met karretje, tientallen keren door zand duwen op 4000 m hoogte is een enorme inspanning, en die energie hebben we eigenlijk nodig voor de hoge passen die nog komen gaan.

In Shigatze kunnen we een beetje bij komen. Omdat het uitzicht over de vallei en de stad zo mooi is lopen we twee keer de kora om het Tashilhunpo klooster.

De eerste passen komen in zicht. Tot aan Lhatse passeren we er twee, eentje van 4050 m hoogte die je eigenlijk niet in de gaten hebt maar de tweede, de Yulong La van 4520 m begint er al op te lijken. Maar helaas ook hier wegwerkzaamheden. Er wordt zelfs met dynamiet gespeeld om rotsen op te blazen. Niet iets waar we tijdens de lunch op zitten te wachten. Boven aan gekomen worden we getrakteerd op wat hagel, geen chocolade maar ijs. Het uitzicht bestaat voornamelijk uit donkere wolken en stofwolken veroorzakende vrachtauto's.

Lhatse is het laatste rustpunt van wat het hoogtepunt van Tibet moet worden; fietsen naar het Mount Everest Base Camp. We slaan veel eten in om hopelijk zonder honger er aan te komen. De eerste hindernis heet de Gyatso La (5220 m.) en we ondervinden nu hoe het is om op hoogte te fietsen. Het ademhalen valt nog wel mee, we hadden verwacht om snel buiten adem te zijn maar het is meer je op hol slaande hartslag en het brandende gevoel in je bovenbenen als je gestopt bent en weer op stapt.

Tijdens de beklimming komen we erachter dat de informatie die we hebben over de beklimming niet klopt. Het vervelende is dat hij een stuk langer is dan we hadden verwacht en dat het laatste stuk het zwaarst is terwijl in een boekje staat dat de laatste tien km juist vlakker gaan. We komen er wel. Jammer genoeg zijn we zo laat dat alles is dicht getrokken met donkere wolken zodat we nog steeds geen uitzicht hebben op de Himalaya. We worden weer getracteerd op hagel.

Vanaf Shegar waar we het toegangskaartje kopen voor het Qomolangma Nature Preserve dachten we in twee dagen naar het MEBC te fietsen, maar het zou anders uitpakken. Als we het Nature Preserve infietsen merken we het al, de weg is heel slecht terwijl hij nog maar twee jaar oud is. Tijdens de beklimming van de Pang La (5150 m) merken we wat de oorzaak is van de staat van de weg. Heel veel LandCruisers gevuld met touristen (al of niet slapend) rijden de weg helemaal aan puin. Luid toeterend komen ze aan rijden en de weg is niet zo breed zodat we steeds moeten stoppen en het weer op gang komen is een pijnlijke aangelegenheid voor onze bovenbenen. De bochten zijn zo diep uitgesleten dat we onze fiets in de geulen kunnen parkeren maar het karretje past er niet door zodat we de meeste bochten moeten lopen, en dat zijn er heel veel. En ook op deze pas komen we te laat om nog maar iets van de Himalya te zien, alles is weer dichtgetrokken.

Het dorp waar we dachten te slapen ligt niet op de afstand die op onze kaart staat zodat we naar een boerderij rijden om te kijken of we daar kunnen slapen. Dat is geen probleem, we moeten er alleen flink voor betalen.

De volgende dag rijden we 15 km voordat we in het dorp komen waar we de vorige dag dachten uit te komen. Ons tweedagenschema komt nu niet meer uit. En omdat de weg enorm slecht is, het langste en diepste wasbord allertijden, en er veel maniakaal verkeer is komen we moeizaam vooruit. 's Middags besluiten we in een dorpje te blijven om daar te slapen en de volgende morgen naar het Base Camp te fietsen. De middag brengen we door naast de kachel met een oneindige thermosfles warmwater voor onze neus. Buiten spelen kinderen en af en toe komt er een kudde geitjes voorbij. Als we willen gaan slapen komt de mevrouw van het guesthouse binnen met een fietsketting, onze fietsketting. Hij blijkt te zijn gebroken. Dat is bijna alleen mogelijk als er iemand via de ketting op de fiets is geklommen. Woedend lopen we naar buiten om wat kinderen diep in een gletcherspleet te stoppen maar niemand heeft iets gezien of gedaan natuurlijk. Bij kaarslicht proberen we de ketting te maken wat na een half uur prutsen aardig is gelukt. Onder twee dikke dekens slapen we een onrustige nacht. Zijn we bijna bij het Base Camp gaat er iemand op je ketting klimmen. Nadat we al zoveel moeite hebben gedaan om hier te komen.

Over de laatse 20 km doen we bijna 3 uur. We zijn nog net op tijd om een glimp van de Mount Everest ( www.everestnews.com ) op te vangen voordat hij zich laat omhullen door de wolken. Maar de volgende dag worden alle zware en moeilijke dagen in Tibet goed gemaakt. Een stralende en koude ochtend wacht op ons als we wakker worden. We fietsen nog 8 km naar het uitkijkpunt om daar onze fiets tegen een bord aan te zetten, de gebedsvlaggetjes eromheen te hangen en een foto te maken met de Mount Everest op de achtergrond. Dit is een van de mooiste momenten van onze tocht tot nu toe. Uren lang zitten we op de heuvel naar de hoogste berg ter wereld te kijken, en naar alle expedities die hun tenten hier hebben neer gezet. In de loop van de dag komen er verschillende fietsers langs die ook vanuit Lhasa hier zijn gekomen. Alleen hebben zij een volgauto waar de bagage in zit. En zelfs zonder bagage en op een mountainbike vonden zij het ook een zeer slechte weg. Wie ook ook met hun meerijdt is een Belgisch stel ( www.wijleweg.com ) die we heel kort in Laos gesproken hebben. Dat was twee en een halve maand geleden. Heel toevallig dat we elkaar hier weer tegenkomen. Het brengt ons wel op een idee voor de terugweg omdat we die eigenlijk niet willen fietsen. We vragen of onze bagage ook in de truck kan zodat we iets makkelijker kunnen rijden. Dat is geen probleem en de volgende ochtend fietsen we met zijn allen weg.

We nemen een afsnijweg naar Tingri wat ons twee dagen scheelt. De weg omhoog naar de Lamna La is voor ons nog wel te doen maar als we na de lunch naar beneden gaan zien we de mountainbikers snel uit beeld verdwijnen om pas 's avonds weer terug te zien. De weg is ontzettend moeilijk. Enorme grote stenen, zanderige stukken, diepe afgronden, rivierdoorwadingen en we moeten een groot stuk lopen omdat de weg door een droge rivierbedding loopt. Het uitzicht en de omgeving is waanzinnig. Als er uit het niets een man met wat Yaks voorbij komt krijg je pas echt het gevoel dat je in Tibet bent en ben je even alle "HelloMoney!" schreeuwende kinderen vergeten.

De mountainbikers hebben erg veel respect voor ons dat wij deze dag met de tandem hebben gereden, dat geeft wel een goed gevoel.

Wij blijven een dag in Tingri om bij te komen en 's middags komt er nog een groep mountainbikers met volgauto aan. De komende dagen rijden we met hun mee (met onze bagage gewoon op de fiets).

Alsof de natuur dacht dat we het nog niet zwaar genoeg hadden met de slechte weg en de hoge passen steekt er nu een enorme storm op. We dachten een makkelijke, vlakke dag van 60 km te hebben maar met een Patagonische tegenwind doen we er nog steeds bijna 6 uur over. Zandstormen teisteren onze ogen en gezicht. Alsof je in een glasbak valt.

Nog twee passen te gaan en dan mogen we afdalen. De Lalung La (4990 m) is een mooie rustige beklimming met wat bochten. De tweede pas, de Thang La (5050 m) gaat recht de berg op en dat is net waar ik niet van hou. Het is puur psychologisch maar als je kan zien waar je heen moet schiet het absoluut niet op. En dat blijft maar door je hoofd malen. Ik stop een keer om te kijken of alle wielen nog wel soepel draaien en de remmen er goed af zijn, maar alles functioneert gewoon. Flink op de tanden bijten en ook de laatste pas is overwonnen. Nu volgt de langste afdaling ter wereld. In 150 km van 5000 m naar 700 m. Maar...... Jawel alweer een maar. De storm die ons gister het leven zuur maakte doet dat nu weer. Het schijnt dat de weg echt naar beneden gaat maar we moeten trappen alsof we de berg weer op gaan. En in de langste afdaling ter wereld is men vergeten te vermelden dat er ook een paar stukjes omhoog gaan. Op het eind van de dag zitten we er helemaal doorheen. Eerst een dubbelpas en dan 60 km tegen een enorme wind intrappen. De laatste hellingen voor Nyalam waar we slapen moeten we lopen. Om 20.00 uur komen we er aan terwijl we om 7.30 uur vertrokken zijn. Op de teller staat dat we 93 km gefiets hebben.

We beginnen Nepal te ruiken. Als we door Zhangmu richting de grens fietsen snuiven we af en toe al de herkenbare Nepal lucht op. Waarschijnlijk is het een mengeling van brandend hout en wierook. Ook hier kruizen we alle grensposten zonder problemen. De temperatuur begint langzaam op te lopen. We hadden gedacht in Nepal weer op het asfalt te rijden maar dat laat nog zo'n 20 km op zich wachten.

Nog een laatste klim voordat we in Kathmandu zijn. Ruim 900 m omhoog. Op het warmst van de dag beginnen we aan de klim naar Dhulikhel. We verslinden heel wat flessen water om niet als een uitgedroogd plantje boven aan te komen maar evengoed zijn de laatste paar kilometers zwaar. Het stuk watermeloen wat we bovenaan eten heeft nog nooit zo zoet gesmaakt. De volgende dag rijden we de laatste 30 km naar Kathmandu. De verwachte chaos met het verkeer valt mee. In Kathmandu hebben we een reunie met alle fietsers die we in Tibet zijn tegengekomen. Allemaal erg aardige mensen en we genieten van het heerlijke eten. Geen droge rijst of noodlesoep. En God creeerde pizza.

Filmpje over Tibet

24 juni 2005, van Kathmandu (Nepal) naar Manali (India) totaalstand = 23.599 km.


Na bijna twee weken Kathmandu wordt het weer tijd om te gaan fietsen, dachten we. Op de dag van het geplande vertrek worden we pas om 11.30 uur wakker. Misschien moeten we nog maar een dagje blijven. Tibet heeft ons meer uitgeput dan we dachten en van uitrusten is het in Kathmandu ook nog niet echt gekomen. De volgende dag is het dan echt zover, op naar India.
Als we de Kathmandu vallei uitrijden wordt het geleidelijk aan warmer en onze benen gaan erg stroef, het gaat niet soepel met het fietsen. De volgende dagen wordt het alleen maar warmer en worden onze dagafstanden korter. In vier dagen komen we in Butwal aan waar we aan het einde van ons Latijn zijn. Op de kamer is het veertig graden, slapen doen we bijna niet en zin om te eten hebben we ook niet bij deze temperatuur. Alleen veel drinken tot we er misselijk van worden. Dit gaat helemaal niet goed zo en we moeten nog 500 km tot aan India. We besluiten om tot de grens de bus te nemen en daar weer te gaan fietsen.

We brengen nog een bezoek aan Lumbini, de geboorteplaats van prins Siddhartha, de latere Buddha. Je zou een drukke pelgrimsplaats verwachten maar er loopt slechts een handje vol mensen rond.

Het begin in India is wat moeizaam. We zijn wel voorbereid op wat komen gaat door verschillende verhalen die mensen ons verteld hebben maar als het dan eindelijk zover is blijft het raar. Als we in het eerste dorpje stilstaan om geld te pinnen hebben we in een paar seconde tientallen mensen om ons heen. Ook tijdens het fietsen komen er mensen naast ons rijden om de standaard vragen te stellen. Als overmaat van ramp krijgen we ook nog buikloop terwijl we ons toch al erg zwakjes voelen. Het is nog steeds bloedheet maar de luchtvochtigheid is minder dan in Nepal zodat het iets minder onaangenaam voelt. Toch snakken we naar de frissere lucht van de bergen.

De omgeving is wat saai, veel landbouw grond dat wacht op de moeson. Wij helpen af en toe een beetje mee met het bemesten van de velden. Als onze trommelvliezen nog niet beschadigd waren dan worden ze het nu wel door al het getoeter van de bussen en vrachtauto's. Wie toch bedacht heeft dat een toeter een volume van 200 decibel moet maken?

Als we Haridwar, een heilige stad, inrijden zien we voor het eerst sinds we in India zijn een bijzondere stad. Mooie gebouwen aan het water en heel veel mensen die zich in de rivier wassen. Omdat het heilig water is moet je er geheel in onderdompelen om al je zondes van je af te spoelen. Ook je kleren wassen is goed. En wat het beste is voor je reincarnatie is om een paar slokjes water te nemen. Wel oppassen dat er niet net wat as van een gecremeerd iemand voorbij komt.

Ons energiepeil is nog steeds nul en we doen het rustig aan, we rijden 23 km naar Rishikesh. Na 4 km komen we mensen tegen waar we erg veel respect voor hebben, Marco & Lisette. Voor ons zijn zij echte wereldfietsers. We drinken wat samen en kletsen wat en gaan dan verder. De volgende dag zien we elkaar weer in Dehra Dun. We waren van plan om dezelfde route te nemen,via de Spiti vallei naar Leh, maar wij zien er vanwege onze zwakte van af. We zijn al blij dat we op de fiets blijven zitten en dan moeten we het niet gaan forceren. We willen wel graag ons einddoel halen, de Khardung La. We spreken af dat we elkaar in Leh weer zien.

De komende dagen gaan we eindelijk langzaam aan de bergen in waar de lucht koeler is. Het klimmen gaat best goed, de percentages zijn ook goed te doen en het uitzicht is schitterend wat een hoop energie oplevert. In twee dagen fietsen we door mooie bossen over een rustige weg naar Shimla wat op 2200 m hoogte ligt. We kunnen weer normaal eten, het slapen gaat beter en de maagklachten zijn over. We voelen ons weer helemaal gelukkig en zien de rest van de tocht weer zitten.

Na alle schrikverhalen over de IndiŽrs valt het ons ontzettend mee, ze zijn eigelijk best aardig. Het begin was even wennen, we krijgen erg veel aandacht, en ze hebben zeker hun eigenaardigheden; auto's die boven op hun rem gaan staan als ze ons zien fietsen; andere fietsers die wij inhalen gaan vaart maken zodat ze ons weer in kunnen halen, waarna ze afremmen en wij ze weer voorbij moeten enz. enz; IndiŽrs kennen wel het principe van in een rij staan, alleen in de breedte. Als de spoorbomen dicht zijn er er staan wat auto's te wachten dan ga je naast die auto's staan zodat er meestal drie rijen staan te wachten en aan de andere kant ook, dus als de spoorbomen open gaan staat iedereen nog steeds stil en begint het dring- en toeterspectakel.

Het straatbeeld is kleurig en geurig. Vooral de vrouwen dragen de meest felle kleding waarbij een vetrolletje best gezien mag worden. De Sikhs met hun wilde baarden en tulbanden. Als ze op een brommer rijden dan waait hun baard op hun rug.

In het dorpje Nagina zitten we op een stoepje als we van een man op stoelen moeten gaan zitten. Hij blijft aandringen zodat we het aanbod maar aannemen. Vervolgens krijgen we van alle fruitverkopers die er staan wat vruchten;
"From the Indian society", zeggen zij.

Natuurlijk worden we vanuit auto's gefilmd en op de foto genomen maar nog niet eerder hebben we vanuit een auto een tak met lychees aangereikt gekregen, dat zijn toch wel bijzondere gebeurtenissen. En Marijcke krijgt ontzettend veel complimenten:
"He sexy", is een veel gehoorde en als we op een bankje in het park zitten komt er een jongen naast ons zitten.
"You have very beautifull eyes", zegt hij zonder schaamte tegen Marijcke (terwijl ik er naast zit).
Tijd om op te staan. Van het ene bergdorp, Shimla, rijden we naar het andere bergdorp Manali. Onderweg worden we steeds aangehouden voor een fotosessie.
"One snap please!"
Ach, waarom niet. Staan we weer met de hele familie te poseren. Was Shimla al druk met Indiase toeristen Manali puilt helemaal uit met half engels pratende mensen uit Delhi en omgeving.

Was het fietsen in Tibet nog niet zwaar genoeg, we gaan het nu nog eens dunnetjes over doen en geheel vrijwillig. Meerdere passen van rond de 5000 m gaan we over fietsen met als toetje ..... de Khardung La met 5606 m. de hoogst begaanbare weg ter wereld!

17 juli 2005, van Manali (India) naar Leh (Noord-India) totaalstand = 24.215 km


Samen met een stel gieren steigen we boven Manali uit richting de Rohtang La. Zij gebruiken de termiek en wij onze spierkracht om de zwaartekracht te overwinnen. Onderweg verschalken zij een dood kalfje wat langs de weg ligt, wij moeten het doen met koekjes en melkthee. Voor de IndiŽrs is het vakantie en ze rijden in jeeps met honderden tegelijk de berg op om daar in de sneeuw op de foto te gaan. Wij blijven vlak onder de top slapen in onze enkellaags-Lhasa-koepeltentje. ís Avonds gaat het erg hard regenen en daar is onze tent niet tegen bestand. De slaapmatjes en de slaapzakken worden goed nat, maar voor de rest valt het eigenlijk wel mee.

ís Ochtends hangen we voordat we verder gaan alles uit om te drogen. Kunnen wij in de tussentijd genieten van het uitzicht. Twee uur later hebben we het eerste obstakel richting Leh overwonnen. De Rohtang La van 3975 m hoogte mag in ons passenboekje bijgeschreven worden. Nog maar vier passen te gaan. De afdaling is erg slecht. De weg is voor een groot deel versleten door het vele smeltwater en wat er over blijft wordt kapot gereden door lange colonnes van legertrucks. We volgen eerst de Chandra rivier en later de Bhaga en Suraj Tal door een spectaculair berg landschap naar de volgende pas. We slapen achter een wegwerkerskamp met de mooiste naam van India; Zing Zing Bar.
De pas die we over moeten klinkt ook al zo mooi; de Baralacha La. Deze beklimming is wat moeilijker dan de vorige. Er is veel verkeer op de toch al smalle weg, voornamelijk tankwagens, en er ligt nog meer sneeuw langs de weg omdat we hoger zitten. Boven aangekomen krijgen we een paar verdwaalde hagelstenen om ons oren maar verder blijft het droog. Voorzichtig dalen we zoín 600 m af. Een paar rivieroversteken later komen we op een vlakte die ons naar Sarchu, een tentenkamp, leidt. We zetten onze tent achteraan neer zodat we een beetje privacy hebben en misschien zelfs rustig kunnen slapen. Rond half negen wordt het donker en dat is een mooie tijd om te gaan slapen. Al snel horen we getik op het doek, dat is geen goed teken. Het is de bedoeling om de volgende dag de Lachlung La (5065 m) over te steken. Maar in de regen fietst het zeer onprettig en het uitzicht, waar je het toch voor doet, is nihil. Als we wakker worden in een natte slaapzak regent het nog. We kruipen onze tent uit en nestelen ons in de eettent waar we ons zelf verwennen met een chapati omelet. Er zouden er nog vele volgen.

Het blijft de gehele dag regenen en de eettent wordt steeds voller met mensen. Als we weer gaan slapen gaat het getik van de regen over in een geluid dat lijkt alsof er vogelpoep op de tent valt. Nog later horen we helemaal niets. Dat is goed. Als we ís ochtends de tent openen is alles wit van de sneeuw en het is nog steeds aan het sneeuwen. De bergen om ons heen zien we niet meer, die zijn geheel verdwenen in de wolken. Oh, oh, dit gaat helemaal niet goed. We nestelen ons nog maar een dag in de eettent waar we de tijd doden met kaarten met een paar motorrijders uit Letland.

In de loop van de dag horen we dat alle passen zijn afgesloten en dat er geen verkeer mogelijk is tussen Manali en Leh. De volgende dag is het weer een stuk beter. ís Middags begint de zon zelfs te schijnen, kunnen we alle spullen weer buiten hangen. Maar tegen de avond vallen er weer wat spatten. Het tentenkamp is ondertussen aardig vol. Ik tel 150 trucks en een stuk of 20 jeeps en drie bussen. Bij elkaar denk ik dat er zoín 700 mensen rondlopen die allemaal hun behoefte doen in een straal van honderd meter rond het kamp. Als het zonnetje eventjes schijnt krijg je een zeer onaangename geur in je neus. De voorraad eten slikt ook aardig. Dit moet niet nog een paar dagen duren, dan wordt het op een houtje bijten en die zijn hier bijna niet te vinden.

Dag vier in het kamp brengt verlossing. Het is droog en we horen dat de weg naar Leh open is. Alleen het stuk naar Manali is nog gesloten en men weet niet hoe lang dat nog gaat duren, van twee dagen tot twee weken gaat het verhaal. Een groep jonge mensen die een vlucht in Delhi willen halen besluiten te gaan lopen. Andere mensen gaan terug naar Leh om daar uit te zoeken hoe ze naar het zuiden kunnen gaan. Wij gaan ís middags fietsen.



Lekker rustig nu er bijna geen verkeer op de weg is. We beklimmen de 21 Gata Loops waar we bovenop een slaapplekje zoeken. Alleen met de sterren en het toekijkende oog van de omringende bergen brengen we de nacht door.

Pas No. 3, de Nakee La (4711 m) en No. 4, de Lachlung La (5065 m) worden bijgeschreven. De afdaling is een van de mooiste stukken op deze route. We volgen een nauwe kloof langs een rivier met bergen die duizenden meters boven ons uit toornen. Over de rivier zijn bruggen van sneeuwplakken. Op het einde van de kloof onstaan er zandkastelen in de omliggende heuvels. We blijven ons verbazen dat deze natuurschoon allemaal bestaat. Het is even wat anders dan de Waterlandroute in Noord Holland.

Nog een zware klimdag; de Taglang La (5328 m) staat op het programma. Om warm te rijden fietsen we eerst over de More Plains. Een vlakte van 40 km die bijna vlak is. Aan de rand van de vlakte zien we nomadententen en af en toe zie we in de verte een kudde schapen op zoek naar wat gras dat hier bijna niet groeit. Volgens onze informatie is er op 7 km van de top een plekje om te kamperen. Dat willen we halen vandaag. Op 18 km van de top is het even schrikken. Als we de bergen voor ons bekijken zien we heel hoog een streepje lopen; de weg waar wij naar toe moeten. Dat is nooit zo goed voor de moraal om te zien waar je heen moet, en zeker niet als het onmogelijk lijkt. We eten wat koekjes en halen diep adem en stappen op de fiets. De kilometers gaan langzaam voorbij. We moeten een keer de schoenen uitdoen om een diepe waterstroom door te lopen. Het karretje krijgt de volle laag, hij is wat laag bij de grond, en onze voeten veranderen in drie seconden in ijsklompjes. Aan de andere kant moeten we die eerst warmwrijven en dan de schoenen weer aan. Bij kilometer 7 aangekomen is er helemaal niets. Rechts van de weg de steile berghelling en links de afgrond. Er is geen centimeter ruimte om te staan. Wat nu? Het is laat in de middag maar we hebben nog tijd genoeg voor het donker wordt. OK. We gaan door naar de top waar meestal wel een vlak plekje te vinden is. Het idee is ook wel grappig om op ruim 5300 m hoogte te slapen.

De laatste kilometers gaan erg moeizaam. Het zuurstof gebrek wordt duidelijk en de wat steilere stukken, waar je normaal geen moeite mee hebt, moeten we lopen. Om 18.00 uur komen we boven aan. Er staan een paar verlaten gebouwtjes van wegwerkers maar die zitten vol met sneeuw.We kunnen er wel eentje gebruiken om uit de wind te koken. We zetten de tent achter een hokje neer zodat hij een beetje uit het zicht staat. Als we om ons heen kijken zien we de meest geweldige bergen van India, en we kijken zelfs naar Pakistan waar we hoogst waarschijnlijk de K2 zien. Een berg steekt zover boven de rest uit en als de zon onder gaat blijft hij een stuk langer in de laatste stralen staan, dus het moet hem haast wel zijn.

Na een onrustige nacht, dat is gewoon op hoogte, pakken we de spullen in en eten wat havermout voordat we naar beneden gaan. Ook omlaag moeten we de eerste twee kilometer lopen. Nu vanwege de modder veroorzaakt door het smeltwater. Veilig in de vallei aangekomen houden we een fotosessie met een paar wegwerkers. Een foto van ze als ze aan het werk zijn zit er niet in; poseren, dat is wat ze willen. Nou vooruit dan maar. Verder de vallei in is het alsof we in Tibet beland zijn. Witte huizen met ronde brokken mest op het dak dat ze later als brandstof gebruiken. Gebedsvlaggetjes rond de Gompaís. En ook de mensen hebben dezelfde trekken en droge wangetjes als de Tibetanen. De omgeving is nog mooier dan in Tibet. De bergen zijn zo dichtbij dat het lijkt alsof ze over je heen hangen en de kleuren zijn per berg verschillend, van licht bruin tot donker paars en alles wat er tussen zit. Om hier te fietsen schiet niet erg op. Om iedere bocht moeten we weer stoppen om fotoís te maken en te genieten van al het moois wat we zien. Het is misschien niet zoín goed idee geweest om hier te gaan fietsen. Nu moeten we op zoek naar plekken die nog mooier zijn, en dat gaat waarschijnlijk moeilijk worden.

Nog een nacht in de vrije natuur voordat we in Leh aankomen. De laatste keer dat we zelf noodles koken, en thee zetten en ís ochtends havermout klaarmaken. Het is bijna het einde van onze vakantie maar op een vreemde manier voelt het niet zo. Zijn we iets vergeten soms? Oh ja, de Khardung La met 5606 m. de hoogst begaanbare weg ter wereld, die willen we ook nog erg graag in ons passenboekje. Maar eerst wat energie bijtanken bij de restaurants van Leh want we zijn vanaf Manali wat kiloís kwijt geraakt.

Zaterdag 16 juli 5.00 uur. Piep, piep, piep, de wekker gaat af. Wat een vroegte. We willen eigenlijk verder slapen maar er wacht een stevige beklimming waar we denken de gehele dag voor nodig te hebben. Gister hebben we een groot stuk appeltaart en bananen gekocht voor het ontbijt. CaloriŽn en koolhydraten, dat is wat we vandaag nodig hebben. Een uur later rijden we door een nog stil Leh. Zonder onze bagage gaan we als een raket. De kilometers en de hoogtemeters vliegen voorbij. We zien Leh steeds kleiner worden tot er alleen een groene vlek van de begroeing over blijft. Op 24 kilometer drinken we wat thee en eten we wat koekjes. Bij het bestuderen van de kilometer teller krijgen we een beetje raar gevoel. Na 24 km hebben we 1050 m geklommen, er blijft nog 16 km over waarbij we ook nog eens 1050 m zouden moeten klimmen. Vanaf het punt waar we zitten kunnen we de pas zien en die is zeker geen 1050 m hoger. Oh, oh het zal toch niet waar zijn. De laatste kilometers gaan wat moeilijker. Er loopt veel water over de weg en het wegdek is een stuk groffer met veel grote stenen. De ademhaling blijft onder controle en we krijgen ook geen zure benen. Om 13.00 uur staan we boven op de Khardung La. Een blik op onze kilometerteller/hoogtemeter levert een hele grote teleurstelling op. De hoogste weg ter wereld van 5606 m. is bijna 400 m lager. We klokken de pas op 5233 m. N.A.P. Wat een fiasco. Onze tranen dringen diep in het beton van de paal waarop staat dat we op de hoogste weg ter wereld staan. Bij de eerst volgende vrieskou kraakt de paal hopelijk aan kleine stukjes. Al jaren lang kijken we hier naar uit, om op deze pas te staan. Een vakantie van twee jaar gaat richting Noord India om onze fiets bij dit bord te zetten en nu blijkt het niet waar te zijn wat er op staat. Wat de climax van onze tocht had moeten worden is nog steeds de climax. De weg vanaf Manali naar Leh is een van de mooiste, zoniet de mooiste die we ooit gereden hebben. Die hadden we voor geen 5606 m. willen missen.
"Oh jee, wat is dat?". Er komt een dikke dame aan. En ze gaat ook nog eens zingen!
(to be continued......over een jaar of vijf?).

Filmpje over Ladakh

29 juli 2005, van Leh (Noord-India) naar Srinagar(India) totaalstand (en eindstand) = 24.735 km