Mijn website

Home Verhalen Foto's Filmpjes Wereldreis Tips Paklijst Links



Hoe bereid je je voor op een vakantie?
Je leest boeken over het land. Je leest reisverslagen van andere mensen die er al geweest zijn. Je kijkt veel op de kaart in de atlas. Zo probeer je je een beeld te vormen van het land waar je naar toe gaat en probeer je rekening te houden met wat je te wachten staat.
In Bolivia zou het bijvoorbeeld 's nachts erg koud zijn. We nemen daarom warme slaapzakken en termo-kleding mee.
Het water is niet betrouwbaar. We nemen daarom chloordruppels mee.
Er bestaat een kans op darmklachten en daar hebben we ook pillen voor mee.
De wegen zijn erg slecht daarom monteren we bredere banden met meer profiel op de tandem.
Er zijn ook dingen waar je geen rekening mee kan houden. Een fiets die beschadigd aankomt op de plaats van bestemming, diefstal van belangrijke spullen, ruzie met een dronken chauffeur. Dat zijn van die dingen waar je thuis niet bij stil staat. Als het je overkomt is het erg vervelend maar je moet wel door, anders kan je beter thuis blijven om zo weinig mogelijk risico te lopen. Het is ook de keerzijde van een wat avontuurlijke vakantie. Er gebeuren hele mooie dingen die een onvergetelijke indruk op je maken maar ook hele nare dingen. Maar als je niet weg gaat beleef je geen van beide.

La Paz


We komen op een bijzondere manier de stad binnen: in een taxi. Er zit namelijk een flinke slinger in het achterwiel van de fiets en die moeten we er eerst uit laten halen. We zoeken met een taxi El Alto af naar een fietsenmaker. De tandem gaat achterin, het is een grote taxi, en het karretje op het dak. De fietsenmaker is snel gevonden en na 20 minuten is het wiel gerepareerd en rijden we in de taxi de afdaling La Paz in. Gelukkig dat we met een taxi gaan want La Paz is geen pretje om te fietsen. La Paz is gebouwd in een steile vallei. Waar normaal in een vallei de rivier loopt is nu de hoofdweg, El Prado. Alle zijstraatjes gaan steil omhoog de helling op. Na even zoeken worden we afgezet bij hotel Italia. "Jullie moeten Nederlanders zijn met die Vittorio". Het is Jan die deze vakantie een reisgenoot wordt. Hij heeft ook een Vittorio en fietst al 3 maanden door Zuid-Amerika.

Wat La Paz zo bijzonder maakt zijn de tegenstellingen. Een schoenpoetser met een bivakmuts laat de schoenen van een yup weer glimmen. Een vrouw die lamafoetussen verkoopt, die brengen geluk, belt met een mobieltje. De helft van de bevolking loopt in traditionele kleding en de andere helft probeert zo hip mogelijk te zijn. Er zijn ontzettend veel verschillende marktjes waar je eigenlijk niemand iets ziet kopen. Wij nemen af en toe verse sinasappelsap en kopen wat pasta voor onderweg. Voor de rest slenteren we wat rond en genieten van alle kleuren en geuren.

We zij natuurlijk gekomen om te fietsen. Na twee dagen acclimatiseren, wat bijzonder goed gaat, gaan we richting Cochabamba. Eerst weer met de taxi de stad uit, dat scheelt een halve dag en een hoop gevaar. Vanaf El Elto beginnen we echt met fietsen. Gelukkig zijn de taxibusjes net zo asociaal als in Amsterdam, we worden flink afgesneden. Dat geeft een vertrouwelijk gevoel. De alti plano gaat geleidelijk een beetje naar beneden om af en toe wat steiler omhoog te klimmen. Het uitzicht is wat saai. Een grote vlakte waar bijna niets groeit. In twee dagen fietsen we naar Caracollo waar onze weg en die van Jan zich scheiden. Wij gaan naar Cochabamba en Jan naar Oruro. We zien elkaar waarschijnlijk in Sucre weer terug. In Caracollo komen we in een bijzonder hostal terecht. Degene die op het hostal past (waarschijnlijk de zoon van de baas) in fan van Amerikaans worstelen en hij zit de hele middag voor de tv geplakt om maar niets van zijn helden te missen. 's Avonds gaat hij met zelfgemaakte gewichten aan de gang. Waarschijnlijk wil hij ook carrière gaan maken als worstelaar. Hij heeft er wel het I.Q. voor. Nadat wij onze spullen in de kamer hebben gezet gaan we een rondje door het dorp lopen. Bij terugkomst in het hostal hebben we een probleem. We hebben de kamerdeur dicht gedaan en daar blijkt geen sleutel van te zijn. Onze worstelvriend heeft toen maar een raampje ingetikt en is daar doorheen gekropen en heeft zo de deur weer opengemaakt. Het is wel origineel.

De volgende dag nemen we afscheid van Jan. Onze weg naar Cochabamba stijgt licht. Langzaam fietsen we richting bergen om daar 's middags door heen te slingeren. De omgeving begint op het beeld te lijken dat ik van Bolivia heb. Kale bergen, met veel roestige kleuren en natuurlijk lama's . De dorpjes die we zien kunnen zo als decor dienen voor de schooltelevisie aflevering over de prehistorie. Adobehutjes zijn verstopt tegen de berghellingen. Het geblaat van geitjes verraad de aanwezigheid van een dorpje.

Vlak voor Confital bereiken we ons hoogste punt, 4480 m. We hebben meer dan 700 m geklommen. Ik krijg dan ook een beetje zeurderige hoofdpijn. We hebben wel een schitterend uitzicht op de Cordillera Maso Cruz. Om in Confital te komen, waar we willen slapen, moeten we eerst een flink stuk naar beneden en daarna weer omhoog. Tijdens de steile afdaling horen we opeens een harde knal. Ik denk eerst aan een klapband van het karretje. Dat is al een keer eerder gebeurd toen het karretje achter in de auto in de zon lag. Het is echter deachterband van de fiets die bij meer dan 50 km/u dacht: "Nu heb ik geen zin meer !" Gelukkig ben ik al aan het afremmen voor een bocht. Een stuk hiervoor gingen we 67 km/u. Ik kan nu de fiets onder controle houden en vlak voor de bocht komen we trillend op onze benen tot stilstand. Bij nader onderzoek van de banden is alleen de binnenband stuk. Blijkbaar kon de buitenband de grote druk tijdens de afdaling niet aan en is de binnenband er tussenuit gekomen, of de fietsenmaker in El Alto heeft de buitenband er niet goed om gedaan. We weten nu wel dat we tijdens de komende afdalingen niet zo hard moeten gaan.

In Confital aangekomen blijkt er geen hostal te zijn. We mogen van een meisje dat een restaurant heeft in het berghok slapen. Er ligt al een matras. Voor de zekerheid rollen wij toch onze matjes uit. Achter het berghok is ook het toilet. Het grootste dat we kennen en 's nachts zit je lekker onder de sterrenhemel.

Cochabamba bereiken we na 120 km. Het gaat voornamelijk naar beneden maar helaas gaat het ook regelmatig pittig omhoog. (Wat statistieken: we dalen in totaal 2300 m terwijl Cochabamba 1600 m lager ligt dan Confital. We hebben dus ook nog 700 m geklommen). Cochabamba is niet zo heel erg interessant. Er zijn kerken te bekijken en natuurlijk de markt.

Op de markt moeten we zijn. We hebben een reserve binnenband nodig. Na even zoeken vinden we het straatje met fietsonderdelen en al snel hebben we een nieuwe band. Later gaan we ook nog op zoek naar een fietsenmaker, er zit weer een flinke slinger in het achterwiel. De fietsenmakers zitten een paar straatjes verder. Als we bij de eerste fietsenmaker het achterwiel laten zien maakt hij een buigbeweging met het wiel. Dat gaat dus niet door en we lopen naar de volgende. Die heeft er meer verstand van. Hij stopt het wiel in een richter en gaat aan de spaken draaien. Na 20 minuten is het weer als nieuw. Kosten 8 bolivianos (NLG 3.00). We kunnen onze weg weer voortzetten.

Om Cochabamba uit te komen moeten we Panamericana volgen. Voor alle zekerheid vragen we een paar keer de weg of we nog goed zitten. Van routebordjes hebben ze hier nog niet gehoord. "Panamericana???" "Si, si", is het antwoord. Doorfietsen. Op een gegeven moment wordt de weg wel erg smal en houdt het asfalt op en beginnen er kasseien. We stuiteren bijna van de fiets af, maar in de veronderstelling dat we goed rijden trappen we door. Als er ook nog eens bijna geen verkeer meer is gaan we toch wel erg twijfelen of we goed zitten. De Panamericana is de hoofdweg door Zuid-Amerika. Daar moet toch meer verkeer rijden dan alleen een tandem. Als Marijcke bij een Israëlisch ziekenhuisje de weg gaat vragen blijken we flink verkeerd te zitten. De weg waar we op rijden is de Avenida Panamericana, het kleine broertje van de echte Panamericana. Om op de goede weg te komen moeten we het hele eind over de kasseien weer terug stuiteren en dan ergens naar rechts. Daar is weer asfalt, tot aan Arani waar we bij een restaurantje lunchen. Vanuit het restaurantje zien we de weg de berg oplopen. Dat is even een tegenvaller. Die grap staat in geen enkel reisboekje, alleen dat de weg door een spectaculair landschap loopt en daar zijn wij wel voor in. Tot overmaat van ramp blijkt, als we een stukje fietsen, dat de weg ook geplaveid is met kasseien. Bij navraag in het restaurant is de gehele weg zo. Daar kunnen wij niet fietsen als we nog iets heel willen houden voor de rest van de vakantie. Wat is dan het alternatief. We zijn in een arm land en daar zijn ze zeer praktisch. We gaan op een vrachtwagen wachten die ons mee wil nemen. Inderdaad, het duurt niet al te lang of er stopt er een. Snel alles inladen en de berg op. Het zijn vrachtwagens met een open bak. Er zitten al meer mensen in. De vrachtwagen doet over de 100 km naar Mizque 4 uur. Het landschap is zeker zeer spectaculair. Jammer dat wij hier nu niet kunnen fietsen. Over een onverharde weg was het schitterend geweest. In Mizque besluiten we de rest van de route tot Sucre ook te gaan liften. Dan winnen we een paar dagen zodat we wat speling overhouden aan het eind van de vakantie.

Sucre


In Sucre slaat het noodlot ons toe. Tijdens de lunch in een theehuis wordt onze stuurtas gestolen. Er komen twee mannen aan het tafeltje naast ons zitten. Drie andere mannen gaan aan de bar staan om een ijsje te bestellen. Een van hun begint tegen ons te praten. Hij vertelt dat het water uit het fonteintje naast ons zo lekker ruikt. Wij denken waar heeft die man het over en kijken toch even naar het fonteintje. Op dat moment lopen ze allemaal snel de zaak uit. Voordat wij door hebben dat de tas weg is zijn ze in geen velden of wegen meer te vinden. Het is niet te beschrijven wat er dan door je heen gaat.

Mijn fototoestel (met bijna vol rolletje) dat ik 12 jaar geleden met een krantenwijk bij elkaar gespaard heb, de Psion met ons dagboek en alle adressen, de kilometertellers waarvan er eentje bijna 10.000 km op had zitten en de ander een splinternieuwe -tevens hartslag/hoogtemeter is, de kaart van Bolivia, de tickets, alles in een keer weg. Onze hele vakantie viel in duigen. Dan moeten we aangifte doen. Die heb je nodig voor de verzekering. Gelukkig gaat een meisje uit het theehuis mee om precies uit te leggen wat er gebeurd is. Als je het politiebureau binnen loopt heb je al weinig hoop dat er ooit iets van terug komt. De politieman zit achterover geleund tv te kijken en is een beetje geïrriteerd dat wij hem komen storen. Hij spreekt natuurlijk geen woord Engels en wij slecht een paar woorden Spaans. Na ruim een uur hebben we alles op papier. Nou ja papier, alles staat in een kladblok van de plaatselijke Hema. Als we weg gaan klapt hij het blok dicht zegt dat ze het gaan onderzoeken en gaat weer verder met tv kijken. We moeten om 18.00 u terug komen om te kijken of ze iets gevonden hebben. Ik pies bijna in mijn broek van het lachen. Alsof ze ook maar iets gaan doen. Dan begint het regelen met de verzekering. Het belangrijkste is om vervangende tickets te krijgen. Dat valt niet mee. Een week verder in Potosi hebben we dat, in samenwerking met de ouders van Marijcke in Nederland, pas voor elkaar.

De volgende dag komen we Jan weer tegen. Hij is ook een stuk met een vrachtwagen gereden. Wij zitten diep in de put, maar met veel bemoedigende woorden weet hij ons daar uit te krijgen en krijgt ons zelfs zover om door te fietsen. Hij heeft een kaart en km teller en samen gaan we naar Potosi. We nemen nog twee dagen rust om alles te laten bezinken, en om nog van het geweldig mooie stadje Sucre te genieten. We kopen nog een nieuw fototoestel van 270 Bolivianos (nog geen NGL 100.00) en zien dat als een nieuwe uitdaging om mooie foto's te maken.

Potosi


Na een paar dagen op het toilet zitten voelt een fietszadel goed aan. Ik heb waarschijnlijk iets verkeerds gegeten waar mijn darmen niet tegen kunnen. Het is niet goed voor je lichamelijke gesteldheid en voor je nachtrust. Jan had van een kennis nog een tip gekregen om je weerstand te verhogen: op een vaatdoek sabbelen. De kennis was en van het sabbelen op de vaatdoek ziek geworden en evengoed nog last gehad van buikloop. Het had niet geholpen. Het lijkt mij ook geen aanrader. Gelukkig gaat het eerste stuk richting Potosi naar beneden. Van 2700 m naar 2200 m. Iets anders dat het zwaar maakt is de warmte. We zijn vroeg vertrokken maar om 10.00 is het al ontzettend warm. Er valt niet tegen op te drinken. Ieder slokje is al verdampt voordat het je mond raakt, zo voelt het in ieder geval. Even buiten Sucre worden we ingehaald door een andere fietser. Het is Heiner uit Duitsland. Hij fiets ook richting Uyuni, en hij besluit met ons mee te fietsen.

Na een steile afdaling wacht ons een verassing: een nog steilere beklimming. Heel in de verte en erg hoog zien we een vrachtauto. Ik heb het al redelijk gehad maar bij het aanzien van deze kluit aarde vloeit alle kracht uit mijn benen. Na overleg slepen we de fietsen achter een heuveltje. Dit wordt onze slaapplaats voor de nacht. Het is te rotsachtig om de tent neer te zetten. We hebben deze nacht vrij uitzicht over de sterren. Om 6.00 uur worden we wakker en helaas de berg is er nog. Het wordt 12 km afzien met percentages tussen de 7 en 13 %. Het is wel een mooie klim. De weg slingert lekker omhoog en het uitzicht is geweldig. Eenmaal boven zitten we op een hoogvlakte die jammer genoeg niet zo groot is zodat we na een afdaling de rest van de dag wat op en neer blijven jojoën. Tegen de avond moeten we weer een plekje vinden om te slapen. In het dorpje waar volgens de Lonely Planet een hostal moet zijn is helaas niets meer. Als we verder bij een huis vragen hebben ze een kamer over. Daar rollen we ons matje en slaapzak uit. Deze nacht worden we beschermd door een lamafoetus.

Als we de volgende dag vragen hoever het nog is naar Potosi is het antwoord; "Het is 27 km. Ongeveer een half uurtje fietsen". We proberen uit te leggen dat we niet zo hard fietsen en dat we bagage hebben. Dat snappen ze niet. Een auto doet er een kwartiertje over dus een fietser een half uur. Daar blijven ze bij. Vraag ook nooit aan een Boliviaan hoe de weg loopt. Omhoog of omlaag, ze zeggen altijd dat het plano is en er geweldig asfalt ligt en dat je minstens 50 km/u gaat. Misschien dat het plaatselijke wielrentalent dat haalt maar wij bij lange na niet. Als er zoveel talent is vraag ik mij af waarom die nooit meedoen in de Tour de France. 3 Uur later zijn we in Potosi. Hier slaan we eten in, lopen wat rond en zitten op het pleintje te genieten van het dagelijks leven in Bolivia.




Nu gaat het echte werk beginnen. Fietsen naar Uyuni. Meer dan 200 km over een zeer slechte weg door een onherbergzaam gebied. Wij hadden gerekend op 5 dagen, we zouden er 3½ dag over doen. Erg bijzondere dagen met veel afzien, onweer, wind, zandstormen, bergen, lama's, cactussen; een onvergetelijke belevenis. De tweede nacht brengen we door in een restaurant. De tafels worden aan de kant geschoven en er worden een paar knalharde matrassen neergelegd. De slaapkamer is klaar, eerst nog eten. Natuurlijk het gebruikelijke. Een soepje met rijst op de bodem en een verdwaalde aardappel. Het eten wordt gebracht door een redelijk bijdehand meisje van een jaar of 14. We raken een beetje met haar aan de praat. Ze vraagt waar we vandaan komen en of we Engels spreken. Ja, dat doen we. Hierop begint ze in het Engels te tellen. "One, two, three" tot aan ten. Jan gaat in het Spaans tot tien tellen. "Un, dos, tres". "Nu in het Nederlands" zegt Jan tegen het meisje. "Een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht, negen, tien" zegt het meisje zonder problemen. Wij zitten alle vier met onze onderkaak op de knieën. Wat maken we nu mee. Midden in de middle of nowhere kan een meisje in het Nederlands tellen. Geweldig. Ze heeft het van Nederlanders geleerd die door het dorpje komen. Als ze hoort dat Heiner Duits is moet hij gelijk tot tien tellen. Na twee keer praat ze hem goed na. De volgende morgen overhoren we haar nog, het Duits is goed blijven hangen. De volgende Duitser die in het restaurant blijft slapen kan zich ook verbazen.

Als ze in Bolivia ooit nog van plan zijn een remake van The Shining te gaan maken weet ik een goede lokatie van het hotel. Het staat in Pulacayo. In dit hotel brengen we onze laatste nacht van de rit naar Uyuni door. Als je de deur doorkomt kom je in een grote hal met een open haard. Aan twee kanten loopt een lange gang met daar de deuren van de kamers. Alles zag er oud en verlaten uit. Het luik naar de keuken was dicht en er hangt nog een telefoon die je eerst aan moet zwengelen om verbinding te krijgen. Heel spooky allemaal. Om in Pulacayo te komen moesten we een flinke berg op. Omdat we de hele dag al tegen- en zijwind hebben en de laatste 30 km al flink hadden geklommen was de puf er een beetje uit. Als het op een onverharde weg omhoog gaat, gaat het ook echt omhoog. 15 % is geen uitzondering. Meerdere keren slipt ons achterwiel door. Twee km voor Pulacayo gaat het weer ongezouten omhoog. Dit halen we niet meer. We moeten de fiets omhoog duwen. Dit is één van de zwaarste dagen uit onze fietscarriere.

Jeeptocht Uyuni


Als ze hier in de buurt een remake gaan maken van The Shining gaan maken kunnen ze gelijk door naar Uyuni om een western op te nemen. Het stadje is er een perfect decor voor. Brede, stoffige en verlaten straten typeren Uyuni. Er lopen een paar 'lone rangers' rond op zoek naar het goedkoopste toeristen bureau om een toertje te boeken. Waar het wel een beetje levendig is, is op de markt. Waarschijnlijk heeft heel Uyuni hier een stalletje, er loopt niemand rond om wat te kopen. Wij boeken ons toertje bij Colque Tours. We zitten met 5 mensen in een jeep. Jan, een Italiaanse jongen en meisje -Fabio en Serena-, Marijcke en ik. De eerste twee dagen zijn geweldig. We rijden door een adembenemend landschap. Mooie meertjes met flamingo's worden afgewisseld met bizarre rotsformaties. Dit alles in een verlaten omgeving, omringd door vulkanen met een beetje sneeuw erop.

De derde dag gaan we vroeg op pad naar de geisers en warmwaterbronnen van 'Sol de Mañana'. Dit is een soort Yellowstone in het klein. Pruttelende blubberputten en de heerlijke geur van zwavel in de ochtend. De rest van de dag is het alleen maar rijden in het jeepje. 's Middags nemen we afscheid van Jan. Hij gaat verder met een bus richting Chili. Een andere Jan is zijn plaatsvervanger in de jeep. De vierde dag gaat het jammer genoeg fout. Tot nu toe dachten we dat we een leuke chauffeur hadden. De broodjes voor de lunch waren geweldig en als we een mooi fotoplekje zagen stopte hij. De vorige avond heeft Juan (de chauffeur) samen met een andere chauffeur flink zitten drinken. Ze liepen nu rond met de gevolgen daarvan bonkend in hun hoofd. Het duurt al vrij lang voordat we vertrekken. Als we eenmaal rijden gaat het niet zo soepel. Bochten die normaal geen probleem waren zijn dat nu wel. We slingeren alle kanten op. Als wij in een dorpje een kerk gaan bekijken gaat Juan de andere kant op. Als we weer terug zijn bij de jeep is Juan nog weg. Na een tijdje komt hij terug, omringd door een alcohol walm. Het rijden gaat hierna nog slechter. We krijgen nu een discussie over wat we gaan doen. Wij willen zo snel mogelijk naar Uyuni terug, maar Juan wil ons eerst nog de lunch aanbieden, dat staat in zijn contract. Het gesprek duurt een half uur en wordt steeds heftiger maar we gaan toch lunchen. Om half twaalf stoppen we. Demonstratief weigeren we de lunch. Juan verdwijnt weer een restaurant in. Als we na een uur weer gaan rijden lukt het helemaal niet meer. We slingeren de hele weg over. Als Juan ook nog eens in slaap valt is de maat vol. Gelukkig heeft hij het zelf ook door dat het niet meer gaat. Lallend vraagt hij aan Fabio of die wil rijden. Fabio heeft ervaring met het rijden met 4 WD. Dat gaat een stuk goed tot Juan moet plassen. Van alle spanning moet Fabio ook. Als de twee mannen klaar zijn stapt Juan weer achter het stuur. "Neeee" gillen wij. Ik probeer de sleuteltjes uit het stuur te halen, maar dat lukt niet. Snel stappen we uit de jeep en gaan aan Juan trekken om hem de auto uit te krijgen. Ook dat lukt niet. Dan begint Fabio weer met onderhandelen. We moeten beloven dat we geen aanklacht indienen en alle boetes die hij krijgt moeten wij betalen. We beloven alles natuurlijk, we willen dat Fabio ons terug rijdt naar Uyuni. Na al deze beloftes rijden we met Fabio weer verder. Vlak voor Uyuni neemt Juan het stuur weer over. Hij wil natuurlijk rijdend aan komen bij Colque. Wij gaan lopen. Helaas is het kantoortje van Colque dicht. We halen alle spullen van de jeep en gaan naar het hotel. Geen fooi voor Juan. 's Avonds gaan we terug naar Colque om een klacht in te dienen. Andere toeristen moeten beschermd worden tegen dit soort mensen. Of Colque iets met de klacht doet weten we niet, ze zeggen dat hij niet meer voor hen zal werken.

De volgende avond gaan wij met de bus terug naar La Paz. We vertrekken om 20.00 uur uit Uyuni. De volgende ochtend komen we in La Paz aan. We nemen weer hotel Italia. Nog een paar dagen rond slenteren in La Paz en dan zit het er weer op.

Dit was onze eerste kennismaking met Zuid-Amerika. We vielen gelijk met onze neus in de boter. Klein beetje pech met de fiets, tas gestolen, buikloop, dronken chauffeurs. Soms was het iets te veel van het goede. Alles heeft een doel in het leven, hoe dit daarin gaat passen weten we nog niet. We weten wel dat we ondanks alles een onvergetelijke vakantie hebben gehad.

Bij deze willen we Cecile, Ed & Myrthe bedanken voor de vele tips en hulp bij de voorbereidingen op de reis. Robin voor het oppassen op ons huis. Jan & Lenie voor de hulp bij het regelen van de kopie tickets. Kees & Cis voor de steun (sorry voor de slapeloze nachten). Jan voor de opbeurende woorden en het gezelschap. En Fabio voor het veilig terug rijden naar Uyuni. Fabio, mille grazie, per ritornarci sicuramente a Uyuni.


Winkeltje op de altiplano.


Dorpje op de altiplano.


Bezoek tijdens het opbreken van onze slaapplek.


Jan en Heiner na een flinke klim vanuit Sucre.


Potosi


Dame in Potosi.


Pleintje in Potosi.


Feest in Potosi.


Route tussen Potosi en Uyuni.


Landschap tussen Potosi en Uyuni.


Rivier oversteken.


Landschap tussen Potosi en Uyuni.


Wij vlak voor Uyuni.


Meer tussen Uyuni en de grens met Chili.



Info over Bolivia



Kaarten:

Bolivia, 1:1.750.000 B&B map
Bolivia, 1:2.250.000 Nellis

Route:

Er valt te fietsen in Bolivia. Hou rekening met slechte wegen met veel erg steile klimmetjes. Neem veel water mee. In de meeste dorpjes is mineraal water te koop. Toen wij er waren in oktober stonden alle rivieren droog, filter meenemen heeft niet veel zin.

Geld:

In de grote steden zijn pinautomaten, je kan kiezen uit Bolivianos en Dollars. Zorg dat je veel kleingeld bij je hebt. Wisselgeld is meestal een groot probleem. De koers voor travelercheques is een stuk lager (10%).

Vliegen:

Wij hebben gevlogen met Lufthansa/Varig. We vlogen via Frankfurt, Sao Paulo en Santa Cruz. Inclusief overstappen waren we ongeveer 24 onderweg. Voor een ticket betaalden wij NLG 2050.00 (ex. verzekering, luchthavenbelasting).

Vervoer ter plekke:

Het meenemen van onze fiets in de bus of taxi was geen enkel probleem. Ook in een luxe touringcar ging de tandem moeiteloos mee. Je kan ook onderweg een (open) vrachtwagen aanhouden. Als bijverdienste nemen die ook mensen mee. Erg leuk.

Overnachten:

Voornamelijk in hostals. In de steden is de kwaliteit redelijk tot goed. Op het platteland is het jezelf aanpassen aan de situatie. Reken niet op stromend water, toilet of douche. Meestal wel schoon.

Eten & drinken:

Restaurants hebben meestal een menu van de dag. Dan krijg je soep vooraf en een warme maaltijd. Is erg goedkoop (10 Blvns) en staat in een paar minuten klaar. Na het toevoegen van een paar druppels chloor dronken wij het kraanwater.

Uitrusting:

Op onze tandem met 42 mm banden konden we prima fietsen, ook op de slechte wegen. Alleen de stukken met kasseien hebben we overgeslagen, dat is niet prettig rijden. Zorg voor een klein bergverzet, de hellingen zijn soms erg steil, >15%. Neem tevens mee: warme slaapzak (warm tot ver onder nul), warme kleding, muts, handschoenen, goede zonnebril, zonnebrand met hoge factor, lippencreme met zonnefactor, fotorolletjes met lage ISO (100 of lager), stevige schoenen.