Als kleine kinderen bij hun opa en oma gaan logeren krijgen ze meestal mooie verhalen te
horen. Dat opa op zee gevaren heeft of in de oorlog tegen de Duitsers gevochten heeft. Dat
soort verhalen maken een onvergetelijke indruk. Omdat ik geen zeebenen heb en er gelukkig
geen oorlog is moest ik wat anders bedenken om later bij de kachel te kunnen vertellen. De
tocht door Amerika of door Zwitserland is natuurlijk wel leuk maar er zijn genoeg andere
mensen die dat ook gedaan hebben. Het moest iets unieks worden.
Ik had ergens gelezen dat er in Zuid-Spanje de hoogst begaanbare weg van Europa ligt. De
Pico de Veleta (3398 m). Dat moest het dus worden. Dennis met Marijcke op de foto op de
Pico. Als je thuis de vakantie aan het uitstippelen bent lijkt het zo gemakkelijk, maar als je
eenmaal aan het fietsen bent kan het bitter tegen valen. Juist de makkelijke stukjes kunnen erg
zwaar zijn.
We vlogen op Malaga en van daaruit gingen we een rondje door Andalusië rijden. Het was
half oktober en het zou nog aangenaam van temperatuur moeten zijn. Om even voor tienen
's avonds zaten we op de fiets op zoek naar een hostel. Het was 20°C.
In het vliegtuig beleefden we nog een angstig moment. Niet omdat er een vleugel afbrak of omdat er een terrorist met een bom was maar doordat me te binnen schoot dat we vergeten waren om de banden leeg te laten lopen. In gedachte hoorden ik ze knallen. We hadden natuurlijk geen reserve banden bij ons zodat de vakantie van korten duur zou zijn. Tenminste de fietsvakantie. We konden nog op het strand gaan liggen. Maar daar hou ik niet zo van.
Op het vliegveld van Malaga stonden we met kloppend hart alsof we net de Alpen waren overgereden op onze fietsen te wachten. Normaal gesproken duurt het al eeuwen voordat je spullen er aan komen maar nu leek het nog veel langer te duren.
Tot onze verbazing en vreugde werden de fietsen afgeleverd met allen banden nog in prima
staat. Konden we toch nog de Pico doen.
Even buiten Malaga, na een pittige klim kwamen we in een klein dorpje. Er stonden bordjes
met pijlen dat er een hostel moest zijn maar wij konden het natuurlijk niet vinden. Na even te
hebben rondgedoold door de nauwe straatjes kwamen we een man en een vrouw tegen. In het
half Engels half Spaans hebben we gevraagd of zij wisten waar het hostel was. De vrouw
overlegde in keurig Nederlands met haar man waar het hostel precies zat. Dat hadden wij dus
weer. Zit je ver weg in Spanje kom je gelijk weer Nederlanders tegen. Het was nu erg handig
natuurlijk. We moesten een paar straten terug en dan zou het aan de rechterkant moeten zitten.
Ondertussen was het al aardig laat geworden. Er branden nog licht. Na èèn keer te hebben
gebeld werd er open gedaan door een oud vrouwtje.. We vroegen op onze manier of ze nog
een kamer had. Ze had er nog wel meer dus dat was geen probleem. De fietsen mochten in het
schoonmaak hok. Daar stonden ze veilig.
Via de Puerto de Viento (1190 m) zijn we uitgekomen in Ronda. Het stadje telt 35.00 inwoners en ligt op 750 m hoogte. Daar moet een erg mooie kloof zitten die zeker het bekijken waard is. En daarom zijn we hier ook naartoe gekomen. Om mooie dingen te zien. De kloof heeft Ronda in tweeën gedeeld. Een oud gedeelte van de Moorse tijd en een nieuwer gedeelte van na 1485. In het nieuwere stuk van de stad staat èèn van de oudste arena's uit Spanje (1785). In het oude gedeelte staat nog een omwalling uit de 12 e eeuw.
Na en plattegrond te hebben geraadpleegd konden we de kloof zo vinden. En inderdaad het
was erg mooi. Vanaf de brug over de kloof (weer geen bungee-jumpers) had je een erg mooi
uitzicht op de Guadalevin die verantwoordelijk is voor de kloof.
De mensen die in deze streek wonen krijgen waarschijnlijk subsidie om ieder jaar hun huis te
witten. De meesten dorpen zijn oogverblindend wit. Prodent zou hier erg mooie reclamespots
op kunnen nemen.
Vanuit de bergen daalden we af naar Gibraltar. Wat het meest opvalt is natuurlijk de 425 meter hoge rots van Jurakalk. Hier leeft de enige kolonie apen van Europa: de staartloze Magot.
In 1704 werd dit stukje schiereiland door de Engelsen veroverd en tot de dag van vandaag is het in hun bezit. De stad Gibraltar werd al in 1157 opgericht.
Vanaf een paar kilometer zagen we de rots al liggen. Op de kaart stond een klein doorsteek
weggetje maar die konden we niet vinden dus moesten we via de snelweg. Je mag d'r gewoon
fietsen, er reden zelfs wielrenners. Ik kan me een leuker rondje voorstellen dan de snelweg
naar/van Gibraltar. Een paar kilometer voor Gibraltar, in het plaatsje La Liniea de la
Concepcion, vonden we een leuk hotelletje. Helaas mochten de fietsen niet binnen staan. Er
was gewoon geen plek. Buiten was een stevig hek waar we ze aan vast konden maken met het
extra slot dat we altijd bij ons hebben.
Nadat we alle spullen in de kamer hadden achtergelaten gingen we als een speer naar het stukje Engeland aan Spanje. Langs de boulevard. Er was zelfs nog een grenspost. Op de heenweg was dat geen probleem maar terug stond er een lange file van auto's waar de inhoud van de kofferbak van werd gecontroleerd.
Snel zijn we op zoek gegaan naar het kabelbaantje dat je boven op de berg kan brengen. Maar helaas was het loket al gesloten. Een beetje teleurgesteld zij we door de winkelstraatjes gaan
lopen op zoek naar een beetje vermaak. Er viel niet veel te beleven. Vrij veel elektronica
winkeltje en een paar cafeetjes. In een pizzeria hebben we wat gegeten. Een pizza funghi is
altijd lekker. Zelfs in Engeland.
Onze fietsen hadden we onder aan een steil heuveltje neergezet. Om op de grote weg te komen
moesten we tegen dat heuveltje op klimmen. Vanuit stilstand gaat dat vrij lastig dus ik had
mijn fiets in een hele kleine versnelling gezet. Marijcke, die nooit zo erg vooruit denkt, had dat
niet gedaan. Toch wilde ze ook dat heuveltje op rijden. Maar na twee trappen kwam ze
erachter dat het niet zo soepel ging en ze dreigde stil te vallen. Dus wat dacht ze toen. Terug
schakelen. En tegelijk met een kracht explosie van haar machtige dijen schakelde ze terug, wat
een harde knal als gevolg had. Op het eerste gezicht was alles nog heel. Tegen de tijd dat we
het vliegveld over moesten bleek de fiets toch niet helemaal tof te zijn. De ketting schoot af en
toe over de tandwielen. Ik snapte er natuurlijk niets van maar na nader onderzoek van de
ketting bleek er een schakeltje voor de helft te zijn losgeschoten. Bij het hotel te zijn
aangekomen heb ik geprobeerd het leed te verhelpen met de kettingpons maar dat lukte niet. Ik
had iets van een combinatietangetje nodig maar die hebben we nooit bij ons. Voor vanavond
had ik geen zin meer om dat te gaan regelen. We zouden morgen wel voor een oplossing
zoeken.
De volgende morgen werden we wakker tegenover onze oplossing. Een fietsenwinkel. Hij ging
alleen pas om tien uur open. En blijkbaar nemen de Spanjaarden het niet zo nauw met de
openingstijden. Om kwart over tien kwam er eindelijk iemand aan. Hij moest zijn slaap nog uit
z'n ogen wrijven. Hij snapte wel snel wat er aan de hand was en na even te hebben gewroet
met een tangetje lag de ketting er weer goed op. Even een proefritje maken met veel schakelen
en alles deed het weer. Na het betalen van een paar peseta's gingen we verder.
De gehele dag was onze vriend de wind er. Hij komt ons meestal van voren tegemoet om ons
te begroeten. De ene keer komt hij zachtjes aangelopen maar als hij ons een tijd niet gezien
heeft en ons erg mist komt hij aangerend. Vandaag had hij blikbaar zin in gezelschap want we
werden bijna van de fiets af geblazen. Deze vriend in combinatie met een aantal ontzettend
steile heuveltjes maakte van de dag een ware martelgang. Na 70 kilometer had ik absoluut geen
puf meer. En we moesten er nog 58. Om wat energie op te doen hebben we alle snoepjes doe
we bij ons hadden opgegeten.
>Bij een splitsing stond op de weg die wij wilden nemen een bord met de tekst: doorgaand
verkeer gestremd. Alleen dan in het Spaans. De andere weg was wel vrij maar als we die
namen gingen we volgens de kaart compleet de verkeerde kant op. En er kwamen ook geen
afslagen meer. Volgens ons zou dat bord er voor auto's staan. Waarschijnlijk werd de weg
opengebroken. Daar konden we met de fiets makkelijk langs. Dat is èèn van de voordelen van
het reizen op de fiets. Waar auto's in de file moeten staan kunnen wij gewoon doorrijden.
Vastbesloten reden we langs het bord. Wat kon ons nou gebeuren.
Na een kilometer of tien bleek waarom het bord er stond. Er werd niet aan de weg gewerkt en
er was ook geen boom omgewaaid. Blijkbaar had het hier van de zomer ontzettend hard
geregend en was het meer buiten zijn oevers getreden. Het asfalt verdween zo in het water.
Een stukje verderop, over een grindweggetje, lag een pondje. Daar konden we mee over het
meer. Zaten we opeens op een bootje. Konden we wel lekker uitrusten. Het was een flink stuk
varen over het meer. Overal staken stukken boom nog boven de watergrens uit. Aan de
overkant van het water werden we op de goede weg aan de wal gezet.
Het was al aarde donker toen we eindelijk Arcos bereikte. Een goedkoop hotel konden we niet
vinden. We hebben ons lekker laten verwennen in een drie sterren hotel. Dat hadden we ook
wel verdient na deze moeizame dag van bijna 130 kilometer.
Na een goede nachtrust vervolgden we onze weg door Spanje. Heuvel op en heuvel af. Tot we
er ziek van werden. Je kan beter in de bergen rijden. Dan moet je af en toe een pas over maar
voor de rest is het vrij vlak. Hier niet. Net als je geen vaart meer heb van het ene heuveltje af
rijden moet je de volgende al weer beklimmen. Dit vergt erg veel energie en je wordt er
misselijk van. Vooral de afdaling over het niet al te beste asfalt is geen pretje. Mijn zitvlak is
vrij ernstig opgeschuurd van de eerste dagen fietsen. Bij het afdalen over dit lapjeskattenasfalt
stuitert het zadel heerlijk tegen m'n zitvlak wat dus geen geweldig gevoel is.
Jaar na jaar worden de gaten in de weg opgevuld met asfalt. Als ze er dan met een wals
overheen zouden gaan zou er niets aan de hand zijn geweest. Waarschijnlijk is de wals in
Spanje nog niet uitgevonden. Wat voorheen een gat in de weg was is nu een hoopje op de
weg. Waarom de Spanjaarden het asfalt op deze manier 'repareren' is mij een raadsel. Ik weet
niet wat erger is. Een paar gaten in de weg of allemaal lapjes asfalt over elkaar heen.
Even voorbij Loja werden we van de weg afgeleid. De doorgaande weg werd snelweg en de
weg die wij moesten nemen was een B-weggetje naar Granada. Het B-weggetje liep netjes
parallel met de snelweg. Hij was keurig glad geasfalteerd. Het zat ons weer mee. Maar niet
voor lang. Zo glad als het asfalt was zo plotseling hield het ook op. De weg veranderde in een
karrenspoor van blubber en modder. Om daar doorheen te fietsen was een feestelijke
onderneming. We gleden van de ene kant naar de andere kant van het weggetje. Alle
stuurmans kunst uit de kast halen om niet om te vallen. Dan zouden we een week in bad
moeten liggen om weer schoon te worden. Dit leek eindeloos zo door te gaan. We reden nog
steeds langs de snelweg, er zat alleen een hek tussen ons en de deze redding van de modder.
Te hoog om de fiets overheen te tillen. Na een tijdje te hebben geploeterd zagen we en gat in
het hek. Hier moesten we door. Deze kans moesten we nemen. Er was alleen een probleem.
Aan de andere kant van het hek stond een politieman een bon uit te schrijven aan een
automobilist. Om te wachten tot hij weg zou gaan deden we net of we van het uitzicht aan het
genieten waren. De politieman had onze actie snel in de gaten. Hij gebaarde dat we niet op de
snelweg mochten rijden en dat we weer verder moesten. We moesten niet gelijk weer weg
maar wel over hetzelfde pad, door de blubber dus. Zo ploeterde we rustig verder. Zoals aan
alles kwam er ook aan de modderpoel een einde. Op gewoon asfalt konden we onze weg weer
vervolgen.
Woensdag 22 oktober. Nadat we gister een hele dag rustig van Granada hebben genoten is het
nu de dag van de waarheid. De beklimming van de Pico de Veleta. De bergen hebben we nog
niet kunnen zien. We kwamen in het donker in Granada aan en gister was het de gehele dag
bewolkt. Ook vandaag is het weer bewolkt, maar wel droog.
Even buiten Granada stond een bord met de volgende tekst: Pico de Veleta...... We zitten dus
op de goede weg. Nadat we recht een ruggetje zijn overgestoken begint gelijk de klim. De
spieren zijn nog niet warm getrapt en dat merkten we gelijk. Erg moeizaam gingen we
omhoog. Marijcke moest gelijk al een gaatje laten vallen. Dit word een pittig dagje dacht ik bij
mezelf. Maar we gaan gewoon door en we zien wel waar het schip strand. Of in dit geval, de
fiets.
Op ongeveer 1750 meter reden we de mist in. Eigenlijk is het geen mist maar zijn het gewoon
de wolken. 350 meter klimmen laten zaten we er weer boven en reden we in de zon. Wolken
werden met een enorme snelheid tegen de berg op geblazen. Hierdoor kregen we het idee dat
we al ontzettend hoog zaten. We konden nu wel alle bergen om ons heen zien maar we wisten
niet naar welke wij toe moesten.
Op 2500 meter stond een Universiteitsgebouw. Hier hebben we even wat gedronken. We konden nu zien naar welk topje we moesten. Het was nog erg ver en heel erg hoog.
Een slagboom hield de auto's tegen, maar wij moesten verder. Wij gingen de Pico de Veleta
beklimmen. De hoogst begaanbare berg van Europa. En halen zouden we het. We waren nu al
zover gekomen dat geen kudden wilde honden ons nog kon tegenhouden.
Hoe hoger we kwamen des te slechter werd de weg. Het smeltwater van de sneeuw die hier
nog lag maakte grote stukken rots los die op de weg vielen. Op bepaalde gedeeltes moest ik
van de fiets af omdat er teveel troep op de weg lag. De weg bleef maar omhoog slingeren. Er
kwam geen eind aan. Op een paar wandelaars na was er niemand. Marijcke kon ik ook niet
meer zien. Het was dus helemaal alleen tegen de Pico. Ik was erg vastberaden om te winnen.
Als ik nu fietspech zou krijgen zou ik wachten op Marijcke en haar van d'r fiets af duwen en
op haar fiets verder gaan. Dan maar een echtscheiding maar ik moest en zou boven komen.
Hiervoor zijn we naar Spanje gegaan. Niet alleen maar natuurlijk. Spanje is een schitterend
land maar dit moest het hoogtepunt van onze fiets carrière worden.
De laatste paar honderd meter van de weg waren van klinkers en ontzettend steil. Er stond een
ongelooflijke harde wind. In de laatste bocht naar recht dachten mijn benen van doe het zelf
maar en ze stopte ermee. Alsof ze van beton waren. In een fractie van een seconde sloeg alles
vast. Ik kreeg mijn trapper geen millimeter meer rond en moest afstappen. Als ik het laatste
stukje zou gaan lopen was de beklimming niet echt geweest dus ik wachten even om op adem
te komen. Het is altijd lastig om op te stappen tijdens een beklimming. Je moet in een keer in
je toeclips zitten anders gaat het fout. Gelukkig ging het goed en met mijn laatste
krachtsinspanning kwam ik boven. Mijn benen voelde aan alsof alle spieren die erin zitten aan
het oplossen waren. Bij het zien van het uitzicht was ik dat snel vergeten. Wat geweldig. Een
heel stuk boven de wolken. Door de open plekken in het wolkendek kan je de omgeving zien.
Vanaf deze hoogte lijkt alles wel vlak, terwijl als je daar rijd het vrij heuvelachtig is.
In de verte kwam Marijcke al aan. Ook zij viel in dezelfde bocht stil. Maar na een paar stevige trappen konden we samen juichen. We hadden het gehaald. We waren boven op de Pico.
Na vijf en een half uur trappen waren we er. Het was er steen koud en er stond een knalharde
wind. Erg lang konden we niet blijven. Alle kleren aan, een paar foto's genomen en heel
voorzichtig naar beneden.
'S avonds hebben we een uitgebreid diner genomen (pizza) en een lekker flesje wijn open
laten trekken om onze overwinning op de Pico te vieren. Nu moeten we alleen een nieuwe
uitdaging zoeken om onze grenzen te verleggen. Ik heb iets vaags gelezen over de Kardung La
in Noord-India. Dat schijnt de hoogst begaanbare weg ter wereld te zijn. Kunnen we nu alvast
van dromen.